Deze week behandelt het Vlaams parlement de begroting 2008. Bart licht namens sp.a de standpunten toe over het thema ‘werk’.
Mevrouw de voorzitter, heren ministers, collega’s, in de commissie hebben we al uitgebreid de kans gehad om van gedachten te wisselen over de begroting voor Werk en de bijhorende beleidsbrief. Ik zal mij beperken tot het formuleren van een paar kerngedachten en stellingen.
Het gaat de goede kant op met de Vlaamse arbeidsmarkt, maar we moeten nog een hele weg afleggen. Ik ben het niet eens met de eerste spreker over dit onderwerp, die ons blijkbaar al heeft verlaten, dat de maatregelen niet zouden werken, integendeel. De afgelopen maanden stellen we enerzijds een continue daling van de werkloosheid vast en anderzijds een stijgende werkzaamheidsgraad. Uitermate positief is de vaststelling dat voor het eerst ook kansengroepen meegaan met de gunstige onderstroom van de conjunctuur. Dat is een opmerkelijk feit en ik wil dat benadrukken. Dat is geen toeval, dat is niet alleen het resultaat van de conjunctuur, dat is het resultaat van beleid, een beleid dat begeleiding koppelt aan verantwoordelijkheid. Ik onderschrijf volledig de opmerking van de heer Laurys met betrekking tot het sanctioneren. Het beleid getuigt ook van een diepgewortelde overtuiging dat het benutten van de verschillen in onze samenleving effectief een meerwaarde inhoudt. Het beleid wil vicieuze cirkels doorbreken, waarbij wederzijdse stereotypen elkaar bevestigen en uitdiepen.
Dat is het nefaste verhaal van de allochtone jongere die zijn schoolloopbaan niet afrondt omdat hij denkt dat toch geen werkgever bereid is hem in dienst te nemen, ongeacht zijn scholing, en van de bedrijfsleider die geen allochtonen in dienst neemt omdat hij veronderstelt dat die toch onvoldoende geschoold zijn. Het is ook het verhaal van oudere werklozen die moedeloos worden omdat, volgens hen, werkgevers niet meer geïnteresseerd zijn in hun talenten en ervaring, en van werkgevers die niet ingaan op sollicitatiebrieven van oudere werklozen omdat ze een gebrek aan motivatie en flexibiliteit veronderstellen. Die spiralen van teleurstelling doorbreken vraagt, naast succesverhalen, ook het aanpakken van de reële discriminaties op onze arbeidsmarkt. De verwezenlijkte uitbreiding van de Vlaamse sociale inspectie zal daarbij, in combinatie met het decreet-Mahassine, de nodige middelen aanreiken.
Een ander wezenskenmerk van het beleid is de zeer grote bereidheid tot evalueren en bijsturen, in functie van de reële performantie, maar ook van wijzigende omstandigheden. Ik geef een paar tekenende voorbeelden. Onlangs nog kondigde de minister in deze vergadering aan dat er tegen midden 2008 een evaluatie en bijsturing zou komen van de beleidsinstrumenten met betrekking tot de instroom van arbeidsgehandicapten. Ook belangrijk is het decreet Maatwerkbedrijven. Daar hopen we dat de discussie met Europa de bestaande initiatieven niet in gevaar brengt. Voorgaande sprekers hebben daar ook al naar verwezen.
In de beleidsbrief wordt verder melding gemaakt van aanpassingen aan de tewerkstellingspremie voor oudere werklozen. We verwachten ook veel van het nieuwe kenniscentrum Leeftijd en werk. De goede ervaringen in dertien steden leiden ertoe dat vanaf 1 januari 2008 een veralgemeend plan met betrekking tot de jeugdwerkloosheid van start gaat. Ik wil hierbij nogmaals aangeven dat we het appreciëren dat de minister zeer veel belang hecht aan de uitstroom naar duurzame tewerkstelling. Kortom, het gaat over een hele batterij aan middelen. Het zou te lang duren om ze allemaal aan te halen, maar dit alles maakt duidelijk dat er wordt gewerkt aan werk.
We zullen daarbij iedereen nodig hebben. Nu al stellen we vast dat harde kernen van werkloosheid samen met tekorten aan geschikte arbeidskrachten blijven bestaan. Zoals de beleidsbrief stelt, is dat inderdaad een schrijnende paradox. De uitdaging voor onze arbeidsmarkt bestaat er dan ook in om van een zeer goede economische conjunctuur gebruik te maken om, via extra inspanningen, mensen die het anders moeilijk hebben om toe te treden tot de arbeidsmarkt, effectief te laten instromen en doorstromen naar duurzaam werk. De volgende kritische succesfactor zal er in bestaan te beletten dat bij slechter economisch weer – dat zich nu toch blijkbaar aandient – diegenen die het laatst zijn ingestroomd, ook weer het eerst uitstromen.
We mogen echter ook niet naïef zijn. Naarmate we dichter komen bij een zeer harde kern van werkloosheid, zal het rendement van onze inspanningen ongetwijfeld afnemen. De quick wins zullen er zeer snel uit zijn. We zullen nieuwe methoden en formules moeten ontwikkelen om mensen die bijvoorbeeld kampen met een welzijnsprobleem, kansen te geven op inschakeling. We zullen die moeten zoeken in het normale economische circuit en in de sociale economie. We zullen permanent inspanningen moeten blijven doen, en er dus ook de nodige middelen voor moeten reserveren, om de uitdagingen waarmee de vergrijzing ons confronteert, aan te kunnen. Die uitdagingen zijn immers zo groot dat we het ons niet kunnen veroorloven spilzuchtig te zijn met het in Vlaanderen aanwezige talent. Het uitvoeren van de tien prioriteiten die zijn geformuleerd in de competentieagenda, is voor ons dan ook een prioriteit. We denken daarbij met name aan het versterken van de erkenning van verworven competenties en aan het verbeteren van het werkplekleren en van het voltijds engagement van de deeltijds lerenden.
Gisteren, voor een zaal die heel wat minder gevuld was, heb ik bij de bespreking van het beleidsdomein Economie al opgemerkt dat we bij een aantal factoren die vandaag de sterkte van de economie vormen, met name productiviteit, inzetbaarheid en flexibiliteit, onze grenzen aan het bereiken zijn. Uit de werkbaarheidsstudie van de SERV blijkt duidelijk dat een grote groep mensen het moeilijk hebben met hun baan. Daarom hecht sp.a-spirit ook veel belang aan de nieuwe oproep voor projecten met betrekking tot sociale innovatie. Innovatie is niet alleen een verhaal van technologie, maar ook van mensen en van arbeidsorganisatie.
De beleidsbrief en de begroting Werk en Sociale Economie 2008 getuigen van een gezonde ambitie om de paradox van de schaarste te doorbreken. Door op een duurzame, werkbare en pragmatische manier alle talenten te benutten, creëren we de voorwaarden om onze welvaart en welzijn in de toekomst veilig te stellen. Ik wil dan ook mijn appreciatie uitspreken voor het geleverde en het geplande werk. (Applaus bij de meerderheid)

Op initiatief van sp.a-parlementslid Bart Van Malderen hebben de meerderheidspartijen in het Vlaams Parlement Ceysens gevraagd de werking van VLAO duidelijker af te stemmen op de wensen van de ondernemers.